Begrippenlijst

A
B
C
D
E
F
G
H
I
K
L
M
N
O
P
R
S
T
V
W
Z
Loods

Een loods heeft het brevet "Kapitein ter lange omvaart". Hij vergezelt de kapitein in moeilijk bevaarbare situaties. Hij heeft veel ervaring en kent de ondiepten en gevaarlijke plaatsen in zijn vaargebied.

Meergeulensysteem

Een watersysteem waarbij meerdere geulen aanwezig zijn met tussenliggende (onder invloed van het getij droogvallende) platen. Een voorbeeld is de Westerschelde waar er eb- en vloedgeulen zijn met tussenliggende platen. Bij een ebgeul zal er relatief gezien over een volledig getij meer water van het land naar de zee stromen (de eb), bij een vloedgeul zal er relatief gezien over een volledig getij meer water van zee naar land stromen (de vloed).

Modelleren

Dit slaat op het opstellen en gebruik van een model. Een model is een vereenvoudiging van een bestaande of geplande configuratie of probleem, en is in staat om de specifieke fenomenen en processen eigen aan de gemodelleerde configuratie te simuleren en/of te reproduceren. De meeste modellen zijn ofwel empirisch (gebaseerd op wetmatigheden rechtstreeks verkregen uit waarnemingen of experimenten), ofwel numeriek (gebaseerd op wiskundige formules), ofwel fysisch (gebaseerd op de fysische en geometrische eigenschappen van de te modelleren processen en/of gebieden). Modelleren maakt ook vaak gebruik van specifieke technieken en methodes, zoals statistiek of gespecialiseerde computer software.

Morfodynamica

Morfodynamica beschrijft de gevolgen van de wisselwerking tussen enerzijds een vloeistof in beweging en anderzijds de sedimenten waarover de vloeistof stroomt of die zich in suspensie in die vloeistof bevinden. Het resultaat van deze wisselwerking is een zich in de tijd wijzigende bathymetrie (diepte van de zeebodem) en/of topografie (vorm van de zeebodem). In de kustgebieden zijn morfodynamische processen verantwoordelijk voor veranderende (‘dynamische’) stranden en kustzones en voor de vorming van specifieke bodemvormen, maar ook voor een gewijzigd tromingspatroon. De wisselwerking tussen de stromende vloeistof en de sedimenten werkt immers naar twee kanten: niet alleen beïnvloedt de stroming de bodemvormen, maar de wijzigende bodemvormen zullen op hun beurt ook het stromingspatroon veranderen!

Morfologie

'Vormleer’, beschrijft de fysieke vorm van een ding of materiaal, zoals het aardoppervlak, de zee- of rivierbodem.

Navigatie

Navigatie is de kunst van het plannen en volgen van een uitgestippelde route.

Navigatiebrug

De navigatiebrug is de plaats waar een schip wordt bestuurd.

Neerslagvariatie

De laatste decennia nemen de atmosferische concentraties van broeikasgassen en aërosolen hoofdzakelijk toe ten gevolge van menselijke activiteiten. Die toename leidt tot verhoogde temperaturen op aarde, wat verstoring van het klimaat met zich meebrengt. Die verstoring kan bestaan uit gewijzigde neerslagpatronen, met periodes van extreme droogte of overstromingen tot gevolg. (volgende paragraaf) Analyse van de neerslaggegevens in de 20ste eeuw leert dat in ons land de gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid stijgt (MIRA, 2007). Recent werd aangetoond dat de bijdrage van menselijke activiteiten hierin wordt begroot op 50 tot 85 %. De veranderingen in neerslag kunnen zich niet enkel tonen door veranderende jaargemiddelden. Belangrijker nog met het oog op de mogelijke impact, zijn de verschuivingen per seizoen en het voorkomen van extreme neerslagperiodes. De frequentie van periodes met hevige regenval is op de meeste plaatsen op aarde toegenomen. De veranderingen in neerslag doen zich in Europa het sterkst voor tijdens de wintermaanden. Dit is ook zo voor België. Meer info kan je vinden in het MIRA-rapport (milieurapport) op: www.milieurapport.be

Nivelleren

Met nivelleren wordt hier het vullen of ledigen van een sluiskolk bedoeld of meer algemeen: het op gelijk waterpeil brengen van twee verschillende panden.

Numeriek model

Een vereenvoudigde wiskundige beschrijving van de werkelijkheid die met behulp van een computer wordt opgelost.

Oppervlaktewater

Al het water dat van nature blootstaat aan de atmosfeer. Voorbeelden zijn rivieren, meren, reservoirs, plassen, beken, zeeën, oceanen, estuaria en wetlands.

Overslag

(golfovertopping): Overslag treedt op wanneer een deel van het water dat in beweging gezet is door een golf de hoogte van een kustverdedigingsstructuur  (zoals een dijk) overschrijdt en erover stroomt. Golfoverslag kan gemeten worden door te kijken naar de hoeveelheid water (in m³) die over een stuk dijk van 1m breed stroomt (golfovertopping wordt dus uitgedrukt in m³/m).

Overstromingen

Het onder water lopen van land.

Overstromingen zijn de meest voorkomende natuurrampen in Europa en het aantal zware overstromingen is zowel op mondiaal niveau als in Europa en België sinds 1970 significant toegenomen (MIRA, 2007).

Plaat

Zandig, niet tot matig begroeid deel van een tijrivier dat bij laag water droogvalt en bij hoog water overstroomt.

Risicoanalyse

Dit is het bepalen of het inschatten van de gevolgen van een bedreiging voor een specifiek gebied, een bepaalde infrastructuur, een bevolkingsgroep, enz. Het risico gerelateerd aan een bepaalde gebeurtenis kan zowel kwantitatief als kwalitatief ingeschat worden. De kwantitatieve raming van een risico gerelateerd aan een kustfenomeen bijvoorbeeld een storm) is gebaseerd op de schatting van de mogelijke schade, zoals bijvoorbeeld het maximum aantal mogelijke slachtoffers, en de kans waarmee deze schade zal voorvallen.

Roer en schroef

Een roer is een om een as beweegbaar profiel dat dient om een vaartuig op koers te houden of gecontroleerd van koers te veranderen. De schroef is het aandrijfmechanisme van een schip.

Ruimtelijke structuurplannen

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is een wetenschappelijk onderbouwde visie over hoe we in Vlaanderen met onze schaarse ruimte moeten omgaan om een zo groot mogelijke ruimtelijke kwaliteit te krijgen. Het is sinds 1997 van kracht als kader voor het ruimtelijk beleid en loopt tot 2007. Tegen dan moet een nieuw structuurplan de taak overnemen voor de periode tot 2017.

Vlaanderen open en stedelijk, dat is de rode draad doorheen het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. We moeten de resterende open ruimte maximaal beschermen en de steden herwaarderen zodat zij aangename plekken worden om te leven. Deze visie wordt volgens vier invalshoeken uitgewerkt: voor de stedelijke gebieden, het buitengebied, de economische gebieden en de lijninfrastructuur.  Meer info op: http://rsv.vlaanderen.be/

Saliniteit

Saliniteit is de maat voor het zoutgehalte van rivier- en zeewater. Wordt uitgedrukt in PSU (practical salinity unit), een dimensieloze maat die gaat van 0 (zoet water) tot ongeveer 33 (zeewater).

Scenario analyse

Dit is de analyse van waarschijnlijke of minder waarschijnlijke toekomstige gebeurtenissen onder verschillende omstandigheden. Hierbij moeten de verschillende mogelijke alternatieve gebeurtenissen beschouwd en gesimuleerd worden, en de gevolgen ervan voor verschillende facetten van de omgeving, zoals aantal slachtoffers, schade aan gebouwen, gevolgen voor het milieu, enz. Zo zullen bijvoorbeeld –om de gevolgen van een hevige kustoverstroming te voorzien en te voorkomen- verschillende scenario’s bekeken worden en zullen de gevolgen van stormen met een verschillende intensiteit geëvalueerd en vergeleken worden. Hierna is het dan mogelijk om een aantal maatregelen of strategieën te definiëren om de verwachte gevolgen van toekomstige gebeurtenissen in te perken.

Schorre

Deel van de oever van een tijrivier dat gelegen is boven de hoogwaterlijn bij doodtij en dus enkel bij springtij en/of stormvloed overstroomt. In tegenstelling tot slikke wel begroeid met vegetatie.

Schutsluizen

Een schutsluis is een waterbouwkundige constructie die het mogelijk maakt om schepen van het ene naar het andere waterpeil te brengen, namelijk van een rivier naar een havendok, van een rivier naar een kanaal enz.  Een schip kan ermee worden opgeschut of afgeschut, respectievelijk omhoog of omlaag.  Een schutsluis bestaat uit een kolk (ook wel schutkolk, sluiskolk of sas genaamd) met aan beide zijden een sluisdeur.

Sedimenttransport

Dit is het gevolg van een geheel van fysische processen waarbij sediment in beweging wordt gebracht en daarbij herverdeeld wordt langsheen en in de kustzone of op de zeebodem.

Silt

Zeer fijn sediment, met een diameter kleiner dan 63 µm; bij een diameter kleiner dan 2 µm spreekt men (mineralogisch) van klei; kleideeltjes zijn veelal schijfvormig, en kunnen onder invloed van zouten samenklitten tot vlokken ("flocculatie").

Simulaties

Een simulatie is een nabootsing van de werkelijkheid, in veel gevallen met behulp van een model van die werkelijkheid. Voordelen van een simulatie zijn dat deze plaatsvindt in een gecontroleerde, welomschreven omgeving, en dat deze kan worden uitgevoerd zonder de werkelijkheid te beïnvloeden. De lessen die uit een simulatie worden geleerd kunnen vervolgens worden gebruikt om in de werkelijkheid verstandige beslissingen te nemen en fouten te vermijden.

Sleepboot

Sleepboten zijn relatief kleine schepen met een groot motorvermogen. Ze assisteren andere schepen bij moeilijke moeuvres.

Slibvang

Een slibvang is een waterbouwkundige constructie die aan de dokzijde van een sluis ingebouwd wordt om slib dat via het schutten een havendok binnendringt, te verzamelen.  Vanuit de verzamelput vertrekken leidingen naar de rivierzijde van de sluis.  Op de ogenblikken dat het rivierpeil lager staat dan het dokpeil kan dan gecontroleerd (nl. door het openen van schuiven in de leidingen) water – gemengd met slib – onder vrij verval terugstromen naar de rivier.  Deze constructie is bedoeld om de hoeveelheid baggerwerken aan de dokzijde minimaal te houden.

Slik

Deel van de oever van een tijrivier dat gelegen is tussen de laagwaterlijn bij springtij en de hoogwaterlijn bij doodtij en dus bij laag water droogvalt en bij hoog water overstroomt; slibrijk, onbegroeid deel van de oever van een tijrivier.

Sluiskolk

Een schutsluis bestaat uit een kolk (ook wel schutkolk, sluiskolk of sas genaamd) met aan beide zijden een sluisdeur.

Sluizen

Een schutsluis (ook wel: vallaat, verlaat, sas of zijl) is de meest bekende uitvoering van een sluis. Het is een kunstwerk dat het mogelijk maakt om schepen van het ene naar het andere waterpeil te brengen. Een schip kan ermee worden opgeschut of afgeschut, respectievelijk omhoog of omlaag.

Storten

Lossen van zand, slib of ander materiaal dat werd gebaggerd.

Strand

Een strand is een ophoging van niet-cohesieve (= losse, niet-samenhangende, niet-kleverige) sedimenten aan de rand van een water, zoals een zee. Stromingen en wind zijn eveneens belangrijk voor de vorming en evolutie van een strand. De samenstelling van een strand is afhankelijk van de plaatselijke geologie en weersomstandigheden. Een typisch strand bestaat uit zand en organisch materiaal, zoals schelpen, maar kan ook bestaan uit grover materiaal, zoals grind of keien. Elk strand kan opgedeeld worden in verschillende zones, waarbij elke zone gedomineerd wordt door een specifiek proces. Deze zones kunnen verschillend zijn in omvang en samenstelling, afhankelijk van bijvoorbeeld het seizoen of de specifieke geografische eigenschappen van de zone, en de verschillen kunnen waargenomen worden door bijvoorbeeld te kijken naar de vorm en samenstelling van het strandprofiel (= een dwarsdoorsnede van het strand loodrecht op de kust). De belangrijkste criteria om de verschillende delen van een strand in te delen zijn de ligging ten opzichte van de kustlijn, de hellingsgraad ('steilheid') van het strand, en of de zone al dan niet tijdelijk overspoeld wordt. Zo worden de meest landwaarts gelegen duinen normaal gezien nooit overspoeld. Tijdens een storm echter is het mogelijk dat het waterniveau de voet of het laagste deel van de duinen kan bereiken en kan er erosie optreden.

Stroomafwaarts

In de richting van de monding van de rivier.

Stroomgoot

Een stroomgoot is een lange smalle installatie in een laboratorium waarin water kan stromen. Het debiet kan oplopen tot vele honderden liter per seconde.  In een stroomgoot wordt een schaalmodel ingebouwd (bv. van een koker of een bepaald bodemprofiel) om stromingspatronen of de invloed van de stroming op deze constructie te onderzoeken.

Stroomopwaarts

In de richting van de bron van de rivier.

Stuw

Een stuw is een waterbouwkundige constructie waarmee het peil op een kanaal of een gekanaliseerde rivier geregeld kan worden.

Superstorm

Een superstorm is een storm met een uitzonderlijke magnitude en intensiteit, en heeft bijgevolg potentieel catastrofale gevolgen voor het gebied in de invloedssfeer van de storm. Wanneer een superstorm de Belgische kust zou aandoen, kan de zeespiegel tijdelijk met maar liefst 8 m stijgen, wat als gevolg de overstroming van het kustgebied en mogelijk ook van het hinterland zou hebben. De terugkeerperiode van zulk een superstorm  is 17 000 jaar. Ter vergelijking: de beruchte storm die in de nacht van van 31 januari op 1 februari 1953 over de Nederlandse en Belgische kusten raasde, zorgde voor een tijdelijk zeespiegelstijging van 6,6 m.

Paginatypes