Begrippenlijst

A
B
C
D
E
F
G
H
I
K
L
M
N
O
P
R
S
T
V
W
Z
Aanslibbing

Is het bezinken van slibdeeltjes in de waterkolom van een rivier of waterloop tot op de  bodem.Wanneer grote hoeveelheden slibdeeltjes bezinken, zal de bodem van de rivier of waterloop verondiepen. Dit fenomeen noemt men aanslibbing.

Antropogeen

Antropogeen wordt veroorzaakt door menselijk handelen of menselijke aanwezigheid.

Baggeren

Wegnemen van zand, slib en andere lagen van de zee- of rivierbodem om de vaargeul op diepte te houden.

Bathymetrie

Van het Grieks ‘Bathus’: diepte en ‘metron’: meten. Het meten van de diepte van zeeën, rivieren of meren. Het onderwater-equivalent van hoogtemeting of altimetrie.

Bresvorming

Een bres van een natuurlijke of door mensen aangelegde structuur die de kust moet beschermen tegen overstroming kan voorkomen als gevolg van erosie van deze structuur. Voorbeelden zijn een dijkbreuk of de breuk van een duinensysteem.

Current deflecting wall

Een current deflecting wall is een middel om de instroom van sedimenten in een haven tegen te gaan, zodat de achteraf weg te baggeren hoeveelheid sedimenten beperkt wordt. Deze constructie bestaat onderaan uit een drempel, die ervoor zorgt dat de onderste (sedimentrijke) waterlaag afgebogen wordt en de haven niet binnenstroomt.  Het bovenste deel van de constructie is een scherm op palen, dat de bovenste (minder sedimentrijke) waterlaag de haven laat binnenstromen.

Debiet

Debiet is de hoeveelheid van een medium (vloeistof of gas) die per tijdseenheid ter hoogte van een bepaald punt passeert. Een veelgebruikte eenheid is m³/s.

Densiteitverschil

Met het densiteitverschil wordt het verschil in volumemassa (ook wel de dichtheid genaamd) bedoeld tussen twee vloeistoffen. Zout water heeft bijvoorbeeld een hogere densiteit dan zoet water. Dit verschil in densiteit zorgt voor vloeistofbewegingen op de overgangsplaatsen tussen zout en zoet water, bijv. ter hoogte van zeesluizen.  Deze densiteitsstromingen (ook wel dichtheidsgedreven stromingen genaamd) kunnen ook sedimenten verplaatsen.

Drempel

Plaatselijke ondiepte in de vaargeul. Plaats waar zand, slib of ander materiaal moet gebaggerd worden om de vaargeul op diepte te houden.

Duin

Een duin is een langgerekte ophoping van zand, ontstaan door de werking van de wind: wanneer de wind uit de richting van de zee over het strand waait, worden zandkorrels landinwaarts geblazen. Kustduinen beschermen de kustgebieden tegen golven, erosie en overstromingen, en kunnen bijgevolg beschouwd worden als natuurlijke dijken.

Europese Kaderrichtlijn Water

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000) verplicht alle EU-lidstaten ertoe, de kwaliteit van hun oppervlakte- en grondwater in 2015 'op orde' te brengen.

De richtlijn gaat uit van - internationale - stroomgebieden, soms verder samengevoegd tot stroomgebiedsdistricten. Voor Vlaanderen gaat het om het stroomgebiedsdistrict van de Schelde (waartoe ook het stroomgebied van de IJzer en de Brugse Polders gerekend worden) en het stroomgebied van de Maas. Hiermee is de zorg voor water per definitie grensoverschrijdend geworden.

De richtlijn bepaalt dat de EU-lidstaten voor elk stroomgebied gezamenlijk actieprogramma’s moeten opstellen waarin alle aspecten van water aan de orde moeten komen. Inwoners van die landen moeten meer bij het waterbeheer betrokken worden en de verschillende Europese wetten op het gebied van water moeten beter op elkaar worden afgestemd. Tot 2009 hebben de lidstaten de tijd om hun maatregelenprogramma’s op te stellen. In beginsel moet in 2015 een ‘goede chemische toestand en een goed ecologisch potentieel of een goede ecologische toestand’ zijn bereikt.

Extreme droogte

Periodes van lage afvoer zijn in Vlaanderen geen zeldzaamheid. Tijdens extreem droge jaren - vooral op het einde van een droge zomer en in het najaar - bereikt het water in heel wat Vlaamse rivieren verontrustend lage peilen. Droge warme zomers putten de watervoorraad in het stroomgebied en de grondwaterreservoirs uit. Zeker als de aanvulling van het grondwater gedurende de vorige winter beperkt was, kan dit ernstige watertekorten veroorzaken.

Extreme neerslag gebeurtenis

De gemiddelde jaarlijkse neerslag voor ons land bedraagt zo’n 780 mm. België (Ukkel) telt jaarlijks gemiddeld 201 dagen met meetbare neerslag (≥ 0,1 mm/dag) en 4 dagen waarop we kunnen spreken van zware neerslag (≥ 20 mm/dag).

Fysisch model

Gezien het ingewikkeld karakter van turbulente stromingen in, over, door of langs hydraulische constructies, is het vaak aangewezen een verkleind model van de situatie te bouwen in een waterbouwkundig laboratorium, en de stroming op model te bestuderen, vooraleer de werkelijke constructie gebouwd wordt of een menselijke ingreep aan een rivier wordt uitgevoerd. Een fysisch model wordt ook wel een schaalmodel genoemd. Het is nog steeds een noodzakelijk onderzoeksmiddel; dat complementair is aan; numerieke modellen (ook wel computermodellen genaamd).

Getij

Verticaal getij: wisselende waterstand (waterhoogte) onder invloed van de zwaartekracht van de maan (en in mindere mate de zon en de andere planeten) en de rotatie van de aarde.

Horizontaal getij of getijstroom: horizontale beweging van het water ten gevolge van het verticale getij.

Het getij is bovendien afhankelijk van de regionale geografie (op schaal van honderden kilometers). Zo zijn grootte, diepte en vorm van het waterlichaam (oceaan, zee, binnenzee, estuarium, ... ) van belang, net zoals de aanwezigheid van landmassa's en de vorm van hun kustlijn. Er zijn plaatsen op aarde waar er geen getij optreedt, plaatsen waar er één keer per dag hoog- en laagwater optreedt en plaatsen waar er twee keer per dag hoog- en laagwaters optreden, zoals aan onze kust. Mengvormen tussen de verschillende situaties komen ook voor. Ook de getijamplitude is op dezelfde manier verschillend van plaats tot plaats.

Getijamplitude

De helft van het hoogteverschil tussen laag- en hoogwaterstand; helft van de getijslag.

Getijslag

Het hoogteverschil tussen laag- en hoogwaterstand.

GGG

Een systeem met hoge inlaatsluizen en lage uitlaat maakt dagelijkse uitwisseling van scheldewater mogelijk. In de polder ontstaat een slik- en schorecosysteem met een gereduceerd getij en behoud van de springtij-doodtij, oftewel een gereduceerd getijdengebied. De werking is eenvoudig: stijgt het water in het estuarium boven het drempelpeil van de inlaat, dan stroom het water vrij de polder in. De instroom duurt net zo lang tot het waterpeil weer onder het  drempelpeil zakt. Uitstroom gebeurt gravitair via een klassieke poldersluis, waarbij een klep opent bij eb en wordt dichtgeduwd bij vloed.

GOG

Gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG) zijn laaggelegen polders, gescheiden van het estuarium via een verlaagde overloopdijk. Bij stormtij, wanneer in het estuarium gevaarlijk hoge waterstanden dreigen, wordt het peil van de overloopdijk overschreden en vult de polder zich met stormvloedwater. Door het grote waterbergende vermogen van de GOG-polders kunnen zij de waterstand in het estuarium verlagen en zo andere gebieden vrijwaren van overstromingen. Het (geactualiseerde) Sigmaplan voorziet in de aanleg van verschillende gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG).Naast een veiligheidsfunctie kunnen deze gebieden ook een recreatieve, natuur- en/of landbouwfunctie hebben.

Golfbreker

Een golfbreker is een constructie die parallel (of schuin) voor de kustlijn staat om de golven te breken en te reflecteren.  Zo ontstaat achter een golfbreker een golfluw gebied dat nodig kan zijn voor schepen (havens) of voor kustbescherming (tegen ontzanding van stranden).  Een voorbeeld aan de Belgische kust zijn de havendammen van Zeebrugge waar de 2 golfbrekers verbonden zijn met de kust om voor de schepen een haven met rustig water te creëren. In de volksmond wordt de benaming ‘golfbreker’ ook foutief gebruikt voor de vele strandhoofden aan de Belgische kust (strandhoofden zijn constructies die loodrecht op de kustlijn staan en de stroming voor de kust wegduwen van het strand om ontzanding te voorkomen, maar deze hebben quasi geen invloed op de golven).

Golfgoot

Een golfgoot is een lange smalle golfinstallatie in een laboratorium waarin golven op schaal worden nagebootst. In een golfgoot wordt een schaalmodel ingebouwd (bv. van een zeedijk) om de invloed van golfaanval op deze constructie te onderzoeken. Een golfgoot kan klein (bv. 20m lang en 0.50m breed) of groot (bv. 200m lang en 5m breed) zijn. [zie ook golftank]

Golftank

Een golftank is een brede golfinstallatie in een laboratorium waarin golven op schaal worden nagebootst. In een golftank wordt een breed schaalmodel ingebouwd (bv. een stuk van een haven) om de invloed van golfaanval op deze constructie te onderzoeken. Een golftank kan klein (bv. 15m lang en 15m breed) of groot (bv. 30m lang en 70m breed) zijn. In sommige golftanks kan samen met de golven een extra stroming opgewekt worden [zie ook golfgoot]

Golven

(graviteitsgolven): De golven die wij vanaf het strand kunnen zijn, ontstaan door het waaien van de wind over het zeeoppervlak. De wind zorgt voor een verstoring van het wateroppervlak, en het is dankzij de gravitatiekracht (zwaartekracht van de aarde) dat deze verstoring zich als een oscillatie over het wateroppervlak kan voortplanten (vandaar de naam graviteitsgolven). Een golf kan gekenmerkt worden door zijn periode T, dit is de tijd die verloopt tussen het voorbijkomen van twee opeenvolgende golftoppen langs een vast punt. Een andere karakteristieke eigenschap van een golf is de golfhoogte, die gedefinieerd is als het verschil in hoogte tussen het dal van een golf en de hoogte van de top van de volgende golf. Een ander voorbeeld van een soort golf is het getij, met een periode veel groter dan deze van graviteitsgolven. Anders dan graviteitsgolven wordt het getij niet veroorzaakt door de wind maar door andere mechanismes, nl. de wisselwerking van de aantrekkingskrachten tussen enerzijds de aarde en anderzijds de zon en de maan.

Hydraulica

De tak van de natuurkunde waarin de beweging van vloeistoffen bestudeerd wordt heet de vloeistoffenmechanica. Indien de vloeistof water betreft, spreekt men meer specifiek van hydraulica. Naast de beweging van water op zich, worden ook de ermee gepaard gaande krachten op vaste voorwerpen bestudeerd.

Hydraulische belasting

Stilstaand en (vooral) bewegend water (ten gevolge van bijv. het getijde of de wind) oefent een kracht uit op allerlei waterbouwkundige constructies.  Deze kracht moet gekend zijn om een constructie stevig genoeg te kunnen ontwerpen, zodat ze haar functie naar behoren kan blijven vervullen gedurende de ganse gebruiksduur.

Hydrodynamica

Hydrodynamica is onderdeel van de fysica dat de beweging van vloeistoffen beschrijft.

Hydrologische cyclus

Met de hydrologische cyclus wordt het natuurkundige proces bedoeld waarbij oppervlaktewater, zoals zeewater, verdampt. In de atmosfeer vormt deze damp wolken waaruit neerslag valt. Deze neerslag komt terug op aarde en spoelt af naar meren en rivieren of infiltreert als grondwater. Een groot deel verzamelt zich weer als oppervlaktewater.

In- en uitwateringssluizen

Een inwateringssluis is een afsluitbare koker doorheen een oever of dijk van een rivier die toelaat dat rivierwater op gecontroleerde wijze naar een naastgelegen polder (gecontroleerd overstromingsgebied) kan stromen wanneer het waterpeil in de rivier hoger is dan in de polder.  Analoog zorgt een uitwateringssluis voor de uitwatering van het water in de polder naar de rivier wanneer het water in de rivier lager staat.

Insteekdok

Een insteekdok is een dok dat uitmondt op een kanaal of een rivier.

Intergetijdengebied

Een gebied dat onderhevig is aan de getijden; bij laagwater zullen deze gebieden droogvallen, bij hoogwater zullen ze overstroomd worden; indien het gebied omringd is door geulen spreekt men van een plaat, indien het gebied grenst aan de dijk, spreekt men van slikken (tussen de laagwaterlijn bij springtij en de hoogwaterlijn bij doodtij) en schorren (boven de hoogwaterlijn bij doodtij).

Kanaal

Een kanaal of vaart is een door de mens (al dan niet met machines) gegraven vaarweg, meestal in een rechte lijn aangelegd. Kanalen hebben een zeker verval tussen hun bovenste gelegen punt en het laagst gelegen punt.

In rivieren of kanalen waar scheepvaart plaatsvindt (de bevaarbare waterlopen), wordt het waterniveau geregeld door middel van stuwen en sluizen. Men wenst er immers steeds een bepaald waterniveau te bewaren om scheepvaart te verzekeren en te voorkomen dat alle water zomaar naar zee stroomt. Hiervoor werden kanalen opgedeeld in panden, die van elkaar gescheiden zijn door sluizen. Dit zijn kunstwerken die het mogelijk maken om schepen van het ene naar het andere waterpeil te brengen.

Kiel van een schip

De kiel is een voornaam onderdeel van het constructieve langsverband van een schip. Hij vormt als het ware de ruggengraat van de scheepsromp.

Klimaatwijziging klimaatverandering

De laatste decennia nemen de atmosferische concentraties van broeikasgassen en aërosolen hoofdzakelijk toe ten gevolge van menselijke activiteiten. Die toename leidt tot verhoogde temperaturen op aarde, wat verstoring van het klimaat met zich meebrengt. Die verstoring kan bestaan uit gewijzigde neerslagpatronen, met periodes van extreme droogte of overstromingen tot gevolg.

Kustbescherming

(synoniem: kustverdediging) Het geheel van maatregelen en strategieën die als doel hebben de veiligheid van de kustgebieden te verzekeren en verbeteren. Deze maatregelen dienen bescherming te bieden tegen natuurverschijnsels van verschillende aard, zoals overstromingen en landerosie, maar ook tegen de verwachte stijging van de zeespiegel.

Kustlijn

De kustlijn is de grens tussen land en zee. Deze grens is dynamisch en de exacte bepaling ervan –een cruciaal element voor de studie van de evolutie van de kust en voor een goed beheer van het kustgebied– vereist het gebruik van specifieke methodologieën.

Landgebruik

Naargelang het gebruik van land, wordt een perceel toegekend aan een bepaalde landgebruikklasse. We onderscheiden o.a. volgende klassen: bebouwing, industrie, akkerlanden, boomgaarden, wegen, waterlopen, … In onderstaande figuur kan je de landgebruikkaart van de provincie Antwerpen zien. Je ziet er duidelijk de haven van Antwerpen en de donkergroene zones vormen de Kempische bossen.

Paginatypes